EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP
Artikel 8.
1. Het lidmaatschap eindigt door:
a. Door de dood van het lid.
b. Door schriftelijke opzegging door het lid.
c. Door opzegging namens de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een
lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten
gesteld te voldoen, wanneer ij zijn verplichtingen jegens de vereniging
niet nakomt, wanneer de windmolens niet gebouwd zullen worden, alsook wanneer
redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap
te laten voortduren.
d. Door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid
in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de verenging handelt,
of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
e. Dit lidnummer is niet aanwezig in de statuten.
f. Door ontbinding van het lid-rechtspersoon.
2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur, krachtens
een besluit van de algemene vergadering.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of de vereniging kan slechts
geschieden met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden.
Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de
vereniging of het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap
te laten voortduren.
4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid doet het lidmaatschap
eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen
was opgezegd.
5. Ontzetting van het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
6. Van een besluit tot ontzetting wordt het betrokken lid door het bestuur
ten spoedigste met opgave van redenen schriftelijk in kennis gesteld. Van
dit besluit staat het betrokken lid binnen een maand na de ontvangst van
de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep, is het lid geschorst,
met dien verstande dat hij bevoegd is de behandeling van het beroep in de
algemene vergadering bij te wonen en dan ook het woord te voeren waarbij
hij het recht heeft zich door één of meer personen te doen bijstaan.
7. Indien het lidmaatschap is geëindigd heeft het gewezen lid jegens de
vereniging geen andere rechten dan op terugbetaling van de eventuele lening
als bedoeld in artikel 5.
8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt,
blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd,
tenzij het bestuur hiervan geheel of gedeeltelijk ontheffing verleent.
EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE BEGUNSTIGERS
Artikel 9.
1. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen te allen tijde
wederzijds door opzegging beëindigd worden.
2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
BESTUUR EN VERTEGENWOORDIGING
Artikel 10.
1. Het bestuur bestaat uit een door de algemene vergadering vast te stellen
oneven aantal van tenminste vijf en ten hoogste negen personen, die door
de algemene vergadering uit de leden worden benoemd.
2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten,
behoudens het bepaalde in lid 3. Tot het opmaken van zulk een voordracht
zijn bevoegd zowel het bestuur als een zodanig aantal leden als bevoegd
is tot het in de algemene vergadering uitbrengen van tenminste een/tiende
gedeelte van de stemmen. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping
voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht door leden moet vóór aanvang
van de vergadering schriftelijk ingediend worden.
Indien er sprake is van een bestuursverkiezing, dienen de aftredende bestuursleden
en de door het bestuur gestelde kandidaten te worden genoemd, alsmede de
datum tot wanneer kandidaten kunnen worden voorgedragen door de leden van
de vereniging. Als het een periodieke verkiezing betreft, zoals bij de jaarvergadering,
dient het rooster van aftreden te worden bijgevoegd.
Uiterlijk zeven dagen vóórdat de vergadering zal plaatsvinden, wordt de
definitieve agenda aan de leden verstrekt.
Er ogen op zowel de voorlopige als de definitieve agenda geen andere kandidaten
voorkomen dan die, welke zich hebben bereid verklaard een eventuele benoeming
te zullen aanvaarden.
3. Aan elke voordracht kan het bindende karakter worden ontnomen door een
met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van
de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde
van de leden vertegenwoordigd is.
4. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig
het voorgaande lid de opgemaakt voordrachten het bindende karakter te ontnemen,
dan is de algemene vergadering vrij in de keus.
5. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming
uit die voordrachten.